Scherpenheuvel

Sinds mensenheugenis staat er op een eenzame heuvel tussen Diest en Zichem een mysterieuze eik. Haar bladeren hadden een magische kracht, zo wist men. Ook christenen trokken naar de boom om genezing te vinden. Vooral de mensen van Zichem wisten de weg daarheen te vinden. Tegen koorts scheen het goed te werken, zei men. In de vroege vijftiende eeuw verscheen plots beeldje van de Maagd Maria in de boom. De geestelijken maakten de pelgrims duidelijk dat eigenlijk niet de boom of de bladeren geneeskrachtig waren, maar dat de maagd Maria de wonderdoenster was. Toen in de zeventiende eeuw Scherpenheuvel letterlijk in de frontlinie tussen protestantse en katholieke troepen te liggen kwam, werd de tocht naar Scherpenheuvel een daad van sterk katholiek geloof, heldhaftig, bij tijden grenzend aan een sollicitatie naar het martelaarschap. De verontwaardiging was enorm, toen de Staatse troepen het Mariabeeldje uit de boom haalden en vernietigden. Tegelijk vermenigvuldigden zich de verhalen over wonderbaarlijke genezingen, die m.n. de gewonde Spaanse soldaten te beurt vielen. Het leger verdreef uiteindelijk de geuzen. De overwinning werd opgedragen aan Maria, en de boom van Scherpenheuvel werd voorzien van een nieuw Mariakapelletje, nu een symbool van het militante katholicisme, met een sterk patriottisch element. De pelgrims stroomden massaal  toe en elke genezing die was een bewijs dat het katholicisme het ware geloof was. Vooral nadat het aartshertogelijk paar de kapel had bezocht in 1603 en door hun huisarchitect, Wensel Cobergher, een basiliek lieten bouwen in de vorm van een burcht en een besloten hof tegelijk. De symboliek kan niet duidelijker.

De vestingstad Scherpenheuvel. Gravure uit de Chorographia sacra Brabantiae van Antonius Sanderus (1659), ex, Ruusbroecgenootschap, Antwerpen

Lees in hoofdstuk 2 hoe dit proces van confessionalisering werkt en in Europa diffuse levende religie omvormt tot elkaar uitsluitende confessionele identiteiten.